Gezondheid begint waar vijanddenken eindigt

Dat elke ziekte iedereen, altijd en overal kan overkomen, is een geloof dat snel terrein verliest. Steeds duidelijker wordt dat naast de gegeven erfelijke aanleg, we ook allerlei keuzes kunnen maken om de kans op ziek worden te verkleinen. Toch wordt deze eigen verantwoordelijkheid voor onze gezondheid in de hele maatregelencrisis nauwelijks benadrukt. Alles is gericht op het met medische middelen uitroeien van een ‘vijandig virus’. In onderstaand artikel legt Jeroen Morssink uit waarom deze aanpak nooit tot blijvende gezondheid kan leiden. Dat laatste gebeurt alleen als we ons naar binnen richten en stil gaan staan bij de vraag: Wat maakt ons eigenlijk vatbaar voor ziekte, wat maakt ons kwetsbaar?  

Wie sinds begin 2020 het nieuws heeft gevolgd over covid-19, kan maar tot één conclusie komen: we zijn in oorlog met een onzichtbare vijand. En hoe we in het algemeen met vijanden moeten omgaan, weten we. Eerst proberen we ze te vermijden en als dat niet lukt, dan gaan we de strijd aan om ze uit te schakelen en zo nodig te vernietigen. Omdat dit zo logisch lijkt, is het voor de meeste mensen een uitgemaakte zaak dat het covid-19 virus, als zijnde onze grootste vijand, op dezelfde manier bestreden moet worden.

Dus proberen we het te vermijden, te bestrijden en te vernietigen. Nu mag er in deze houding wel een zekere logica zitten, één belangrijk detail zien we hierbij toch over het hoofd. Dat is de vraag of virussen, bacteriën en allerlei andere ziekteverwekkers wel echt onze vijanden kunnen zijn. Voor sommigen is het antwoord misschien zo duidelijk, dat ze niet eens bij de vraag willen stilstaan. Maar gezien het feit dat de vijandige benadering van covid-19 alleen al in 2020 in Nederland, naast 50 miljard aan welvaartsverlies vooral ook tot onnoemelijk veel menselijk leed heeft geleid, zijn we het onszelf verplicht serieus naar deze vraag te kijken. Want stel dat er een betere benadering gevonden kan worden om met ziekteverwekkers om te gaan? Een benadering met veel minder menselijke en maatschappelijke schade?

 

De achilleshiel van de geneeskunde

De moderne en geavanceerde farmaceutische geneeskunde wordt algemeen beschouwd als het beste wat onze wereld te bieden heeft op het gebied van de gezondheidszorg. Voor een aantal gebieden kunnen we dat ook rustig zo stellen. Als het gaat om technische ingrepen en operaties, is de westerse geneeskunde tot onovertroffen hoogstandjes in staat. Ook op het gebied van medicijnen zijn er uitvindingen gedaan die ons heel veel plezier hebben opgeleverd. We kunnen ons een leven zonder pijnstillers nauwelijks meer voorstellen en operaties zonder anesthesie zouden een marteling betekenen. Zonder antibiotica zouden miljoenen mensen vroegtijdig gestorven zijn en zonder ‘de pil’ was onze seksuele bevrijding misschien veel minder snel verlopen. Maar naast alle successen zijn er ook zwakke punten in de manier waarop we met ziekte en gezondheid omgaan. De achilleshiel van de westerse geneeskunde zien we vooral terug op twee gebieden: de behandeling van chronische ziektes en de bestrijding van virussen. Voor de situatie waar we nu wereldwijd in zitten, is dat laatste het meest interessant.

 

Virus als vijand of als vriend?

Nadat artsen en wetenschappers een eeuw de tijd hebben gehad om wereldwijd, met duizenden miljarden dollars, onderzoek te doen naar de meest moderne medicijnen, zorgt de verschijning van een onooglijk stukje erfelijk materiaal alom voor paniek en doodsangst. De moderne geneeskunde staat met lege handen en komt niet veel verder dan: mondkapjes op, anderhalve meter afstand houden en handen wassen. Na een jaar wachten wordt er een hele reeks vaccins op de markt gebracht, maar naar de effectiviteit is geen onafhankelijk (niet door de farmaceutische industrie betaald) onderzoek gedaan en over de lange-termijn-veiligheid kunnen we waarschijnlijk pas over vijf tot tien jaar met zekerheid iets zeggen. Het ontbreken van een effectieve aanpak van het corona-virus heeft daarmee voor grote onzekerheid gezorgd in een maatschappij die graag alles onder controle heeft. De zekerheden van een moderne wereld die op elk probleem een technisch antwoord kan bedenken, zijn weggevallen. Al ons geld zetten we (bijna letterlijk) in op de vaccins. Die moeten ons bescherming bieden. Maar de twijfel is er ook. Wat als ze toch onvoldoende werken? En wat als er volgend jaar weer een heel ander virus op ons pad komt? Krijgen we dan weer hetzelfde scenario van vaccinaties, lockdowns en andere pijnlijke en wellicht zinloze maatregelen?

 

Gezien de ervaringen van de afgelopen crisis lijkt het niet verstandig er zonder meer op te vertrouwen dat er elke keer wel weer op tijd een effectief medicijn of vaccin zal zijn. Maar is er dan een alternatief? Zijn er andere systemen die ons beter tegen virussen kunnen beschermen? Door sommige mensen wordt het bestaan van virussen zelf in twijfel getrokken, maar die discussie gaan we hier niet aan. Het gaat ons nu om het vinden van een manier om, beter dan we tot nu toe gedaan hebben, met welke ziekteverwekker dan ook om te gaan. Eén van de antwoorden bij deze zoektocht komt niet uit het laboratorium maar uit de hoek van de medische filosofie. Want wat we bij de volgende ‘virusaanval’ nodig hebben is niet een chemisch wondermedicijn, maar vooral een andere manier van denken. Het is het vijanddenken ten opzichte van virussen in het bijzonder, het vijanddenken in de geneeskunde in het algemeen, en vooral ook... wil je verder lezen? Steun ons werk en bestel het boek.

Jeroen Morssink heeft als grootste missie mee te werken aan het vormgeven van een nieuwe geneeskunde waarin bewustzijn en natuurlijke middelen de belangrijkste medicijnen zijn. Jeroen gaf 25 jaar les aan opleidingen in homeopathie en natuurgeneeskunde en schreef voor Ingeverij Ondersteboven boeken over gezondheid en spiritualiteit, waaronder ‘Hé dokter, word wakker!’, ‘Heel de gewonde genezer’ en als co-auteur ‘Doei angst, hallo liefde’.