In de gevonomie is er genoeg voor iedereen

Tijn Touber was als muzikant en schrijver nooit zo geïnteresseerd in geld. Geld was voor hem een onbelangrijke bijzaak, het ging er vooral om dat je voluit leefde! Maar de afgelopen jaren werd het hem steeds duidelijker dat de almaar groeiende kloof tussen arm en rijk zulke onmenselijke proporties aannam, dat hij wel iets móest ondernemen. Na zich in de achtergronden van de economie gestort te hebben, bedacht Tijn dat we toe zijn aan een radicaal andere aanpak. De enige manier om met elkaar aan een gezonde economie te werken is het hele begrip economie te vervangen door het woord gevonomie.  De gevonomie is niet gebaseerd op schaarste maar op overvloed. Het is een heel nieuwe manier van omgaan met elkaar die voortkomt uit het besef dat geven en ontvangen twee kanten van dezelfde medaille zijn.

Ik heb me altijd verre gehouden van alles wat met geld te maken heeft. Ik wist nooit precies wat ik verdiende, wat de prijs was van een liter benzine of waarom die lui op de beurs zo vreemd met hun handen wapperden en zo angstig naar dat grote bord staarden. Ik had natuurlijk wel een vermoeden, maar wilde het vooral niet weten. Ik interesseerde me voor mensen, niet voor briefjes met cijfers erop. Ik wilde niet rekenen, meten, cijferen en boekhouden, maar léven, voelen, erváren, zíjn. De spaarzame keren dat mensen mij het beheer over een algemene kas toevertrouwden, moest ik elke maand bijpassen. Geen idee waar het allemaal was gebleven. Het maakte me ook niet uit. Geld was geld en dat moest rollen. En als het op was, dan was het op. 

Maar inmiddels kan ook ik er niet meer omheen. Het wordt steeds duidelijker dat - ondanks mooie beloftes van politici - de armen steeds armer worden en de rijken steeds rijker. De ruim tweeduizend miljardairs die op aarde wonen, hebben samen meer geld dan 60 procent van de gehele wereldbevolking – dat zijn 4,6 miljard mensen! De helft van de wereldbevolking leeft dagelijks op minder dan 5,50 dollar. Vergelijk dat met iemand als Jeff Bezos, die in 2021 met een vermogen van 112 miljard dollar op dat moment de rijkste man op Aarde was, en je weet hoe scheef de verhoudingen zijn.

 

Wat gaat er mis met de economie? Is het niet tijd voor bezinning op datgene wat letterlijk vertaald zo mooi ‘staatshuishouding’ heet? Waarom is geld eigenlijk nodig? Waarom is winst maken belangrijk? Hebben we die multinationals wel nodig? Waarom luisteren we naar instanties als het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank? Kan dat hele economische systeem niet anders en vooral makkelijker en menselijker?

 

Kwantiteit boven kwaliteit

Laten we teruggaan naar waar het moderne economische denken zijn oorsprong heeft om antwoorden op deze vragen te vinden. In 1776, in de begintijd van de industriële revolutie, verwoordde de Schotse filosoof Adam Smith de principes van de vrije markt in zijn ‘Wealth of the Nations’: 'Als iedereen vanuit zijn welbegrepen eigenbelang doet waarin hij het beste is, zorgt de onzichtbare hand van de vrije markt ervoor dat iedereen profiteert.' Gelijktijdig ontwikkelde zich het moderne wetenschappelijke denken onder invloed van filosofen als Francis Bacon en René Descartes. Zij deelden de wereld op in kwantitatieve eenheden. Wanneer iets kon worden geteld, kon het gemeten en bestudeerd worden. Als iets niet in getallen was uit te drukken, bestond het gemakshalve niet. Kwantiteit werd belangrijker dan kwaliteit en rekenkundige modellen bepaalden voortaan wat goed was voor de samenleving. 

 

We hebben het ook aan deze denkers te danken, dat lichaam en geest van elkaar werden gescheiden: de geest was voortaan superieur aan het lichaam en de mens was superieur aan de natuur. In de navolgende eeuwen scheurden de industrialisatie en de oprukkende markteconomie de traditionele verbanden en relaties binnen de samenleving uiteen. Vakwerk werd opgedeeld in kleine eenheden, in lopendebandwerk en specialisaties. Huis en gezin werden gescheiden van werk en productie, kinderen werden gescheiden van ouderen en denken werd gescheiden van doen. De natuur werd vooral gezien als een handige verzameling hulpbronnen die lagen te wachten om opgegraven, verbrand of verbruikt te worden.

 

Een slechte rekenmachine

Deze manier van denken is door de eeuwen heen niet veel veranderd. Het idee dat ‘meer’ hetzelfde is als ‘beter’, heeft zich via het onderwijs en de media massaal verspreid en vormt de basis van onze cultuur. De gezondheid van onze economie wordt afgemeten aan de hoeveelheid geld die in omloop is. Hoe meer geld, hoe hoger het nationaal inkomen, hoe gezonder de economie. Alles wat we niet in geld kunnen uitdrukken en wat de hoeveelheid geld in een land niet doet toenemen - zoals het zorgen voor kinderen en huishoudelijk werk - is economisch niet rendabel en hoort dus niet thuis in de economie. 

Wat betreft het nationaal inkomen zijn veel economieën vandaag de dag gezonder dan ooit, aldus deze oude visie. Geld rolt als nooit tevoren en we doen daar verschillende dingen mee, waaronder ook wapens maken, injecties inslaan en bossen kappen. De wrange situatie doet zich voor dat oorlogen en gezonken tankers zeer gunstig zijn voor het nationaal inkomen. Benzine kopen geeft de economie een injectie, fietsen een stuk minder en lopen draagt al helemaal niets bij. Je eigen wortels verbouwen levert niets op, ze kopen wel. Je kinderen verzorgen is economisch niet interessant, ze naar de crèche brengen wel. 

 

Je vraagt je af hoe we er ooit toe zijn gekomen om ons leven en welzijn af te meten aan zoiets primitiefs als het nationaal inkomen. Een van de ontwerpers van het nationaal inkomen - de Amerikaanse ambtenaar Simon Kuznets - had grote bedenkingen tegen het systeem van staatsboekhouding dat hij hielp creëren. In zijn eerste rapport aan het Amerikaanse Congres in 1934 probeerde hij zijn land te waarschuwen tegen de beperkingen van het nieuwe systeem. Het is haast onbegrijpelijk dat men... wil je verder lezen, steun ons werk en bestel het boek.

Tijn Touber is schrijver, muzikant en inspirator met een grote toewijding aan bewustzijnsontwikkeling. Hij is de schrijver van 'Time Bender' en initiatiefnemer van meditatienetwerk 'Stadsverlichting' en van het platform ‘Gevonomie’. Zijn passie is om ons via verschillende (kunst)vormen te herinneren aan onze diepste oorsprong en ons de weg te wijzen naar onze oorspronkelijke natuur van licht, liefde en overvloed.