Van fysiek naar elektromagnetisch denken

In de technische wetenschappen wordt de natuur regelmatig behandeld alsof het om een soort ‘chemische fabriek’ gaat. Veel uitvindingen komen vervolgens tot stand vanuit het idee ‘de natuur een handje te helpen’. Sander Funneman, onderzoeker en publicist, plaatst vraagtekens bij deze houding. Hij schetst een heel andere natuur, waarin de chemische processen slechts een fysieke façade zijn waarachter een opwindende elektrische wereld schuilgaat. Als we ons hier meer in gaan verdiepen ontstaan er verrassende inzichten, voor bijvoorbeeld de landbouw en de gezondheidszorg.

Dankzij chemische verbindingen en reacties groeien er planten in de natuur, beschikken we over warmte, kunnen we kleding, voedsel, insectenbestrijdingsmiddelen en medicijnen maken. Bijna alle veranderingen die plaatsvinden in de natuur lijken door deze fysiek chemische reacties veroorzaakt te worden en omdat de natuur lijkt op een chemische fabriek, proberen we de natuur ook op een chemische manier naar onze hand te zetten. De onschuldige omschrijving van dat ingrijpen is ‘de natuur een handje helpen’. Maar, is de natuur wel een chemische fabriek? En is een handje helpen wel zo onschuldig?

 

Het elektrisch ecosysteem

Tot aan de jaren ’90 was er weinig bekend over elektrische processen in de natuur. Met de opkomst van systemen voor draadloze telefonie kwamen er steeds betere meters om de subtiele elektromagnetische signalen te registreren. Die signalen bleken niet alleen afkomstig van door mensenhanden gemaakte apparatuur, maar ook van allerlei natuurlijke bronnen. Naarmate er meer onafhankelijke onderzoekers het veld in gingen om met deze verfijnde meters de nieuwe fenomenen van de natuur in kaart te brengen, ontstond er geleidelijk aan een nieuw inzicht. Dat inzicht laat zich voor het moment omschrijven als het elektrisch ecosysteem. In die visie is de ‘biologisch-chemische fabriek’ waar we de natuur voor houden, slechts een fysieke façade waarachter een opwindende elektrische wereld schuilgaat.

 

In sciencefiction films krijgen personages soms mysterieuze extra zintuigen. In de film ‘Ghost’ is het karakter dat gespeeld wordt door Whoopi Goldberg telepathisch en in de film ‘Phenomenon’ heeft John Travolta bijvoorbeeld telekinetische eigenschappen. De realiteit lijkt echter veel spannender dan sciencefiction. Sommige dieren, zoals bijvoorbeeld bijen, blijken te beschikken over minstens zeven extra zintuigen. Zij hebben geen vijf zintuigen zoals gewone mensen en zelfs geen zes zintuigen zoals mensen met sterke intuïtieve vaardigheden, maar minstens twaalf zintuigen. Die extra zintuigen van bijen hebben een elektromagnetische grondslag.

 

Een bij als batterij

Zo gebruiken deze insecten hun voelsprieten om elektrische signalen naar elkaar te zenden en van elkaar te ontvangen1, ze kunnen hun lijfjes opladen als een batterij2, hun vleugels werken als elektriciteits-generators3 waardoor hun positieve lading in de lucht kan oplopen tot wel 400 volt. Verder hebben ze hun buikjes vol van het ijzerhoudende kristal magnetiet dat ze kunnen gebruiken als een GPS om te navigeren op het aardmagnetisch veld4. Daarnaast zijn ze in staat om met hun radar-ogen het aardmagnetisch veld te zien, de negatief geladen elektrische lading van planten te aanschouwen alsook ultraviolet licht5. En of dat nog niet genoeg is, gebruiken bijen hun haartjes niet om er hun schoonheid mee te benadrukken maar om elektromagnetische stralingsvelden te registeren6. De bijendans zou beschouwd kunnen worden als een zevende extra zintuig. Want door te dansen wekken bijen elektrische signalen op met verschillende frequenties waaruit de andere bijen van het bijenvolk waardevolle informatie kunnen afleiden over de locatie van nieuwe voedselbronnen7.

 

Met dit arsenaal aan geavanceerde vermogens is een bijenvolk eigenlijk een supersonisch elektromagnetisch verstrengelde levensvorm. De slimme huizen, auto’s en steden die ons voor ogen staan lijken plotseling een stuk minder slim. Insecten als de bijen hoeven er immers niets kunstmatig voor te fabriceren. Ze hebben de hightech van nature aan boord. Terwijl zij rondzwermen wisselen ze moeiteloos elektromagnetische informatie uit met elkaar, met het aardmagnetisch veld, met hun nesten en met de bloemen. Zij zien de negatief geladen energievelden van bloemen en kunnen uit die informatie aflezen of een bloem bezocht is door een ander insect. Ook blijkt het proces van bestuiving veel minder fysiek dan gedacht; de positief geladen bijen vormen namelijk een elektromagneet voor het negatief geladen stuifmeel in bloemkelken. En dit wonderlijke verhaal gaat dan alleen nog maar over bijen.

 

Draadloos contact in de natuur

Het inzicht dat de hele natuur niet zozeer een fysiek chemische fabriek is maar een elektrisch ecosysteem, heeft consequenties. Want terwijl wij trots de laatste versie mobiele telefoons als teken van vernuft en vooruitgang met elkaar vergelijken, realiseren we ons wellicht niet dat alles in het ecosysteem al miljoenen jaren beschikt over veel meer geavanceerde elektromagnetische technieken. Zelfs bacteriënkolonies hebben onderling draadloos contact, net als vissen, vogels en planten. Alles lijkt deel van een natuurlijk geïntegreerd elektrisch circuit.

 

En mensen? Mensen kijken vooral naar de fysieke kant van de natuur, daar zijn we mee opgegroeid.  We zijn daarom niet vertrouwd met een cultuur die gericht is op de elektromagnetische functies die daarin werkzaam zijn. Maar cellen in het menselijk lichaam spreken ook een elektromagnetische taal. Gedachten, emoties en gevoelens hebben een elektromagnetische handtekening. Waarom is de transitie van fysiek denken naar elektromagnetisch denken zo moeilijk? De kennis die bij velen aan het ontstaan is over de elektromagnetische essentie, is wellicht deel van een evolutiesprong naar een veel minder fysieke en minder materialistische manier van kijken.

 

De sterkte van de straling of de frequentie ervan?

Inmiddels, na bijna dertig jaar ervaring met systemen voor draadloze communicatie zoals mobiele telefoons, wifi, draadloze huistelefoons en draadloze speakers, is er veel onderzoek gedaan naar de effecten van straling op allerlei facetten van het ecosysteem. Voor de sterkte van de straling geldt een norm. Die norm moet voorkomen dat mensen, dieren en planten te veel opwarmen. Gelukkig maar, want die opwarming is niet gezond. Er wordt dan ook voortdurend toezicht gehouden op de sterkte van de straling. Toch is dat niet voldoende. Waarom niet?

 

Er blijken namelijk nog andere effecten op te treden bij blootstelling aan straling. Wetenschappers hebben in de afgelopen jaren ontdekt dat de natuur, net zoals bij de bijen, een uitgesproken frequentie-specifieke elektrische kant heeft. Er is veel onderzoek gedaan naar de impact van bijvoorbeeld de 0,9 GHz frequentie omdat die frequentieband al in gebruik is sinds het begin van de mobieltjes. Allerlei facetten in de natuur zijn in de afgelopen dertig jaar... wil je verder lezen? Steun ons werk en bestel het boek.

Sander Funneman is onafhankelijk onderzoeker, publicist en directeur van de Template stichting. In 2019 verscheen zijn boek Elektrisch Ecosysteem en in 2020 was hij mederedacteur van Straling van alle kanten bekeken, gepubliceerd door het Wetenschappelijk Platform EMF Nederland (WPEN).